Een wandeling wordt als moeilijk beschouwd wanneer er sprake is van technisch terrein en er sprake is van aanhoudende fysieke inspanning. Deze routes lopen vaak over ruige bergpaden, puinhellingen en steile beklimmingen. Bij een moeilijke wandeling moet je klimmen, waarbij je over de hele tocht minstens 1000 meter hoogteverschil moet overbruggen. Technische hulpmiddelen worden soms gebruikt tijdens deze wandelingen, maar kennis van deze producten is niet noodzakelijk. Een optimale fysieke conditie en uithoudingsvermogen zijn essentieel voor het maken van deze wandelingen.
Ervaring met bergwandelen is noodzakelijk, omdat deze tochten een hele dag kunnen duren, van 6 tot 9 uur lopen. Op dit niveau is het belangrijk om je uitrusting zorgvuldig te beoordelen en je overnachtingsmogelijkheden van tevoren te plannen.
Afstand: Variabel (hele dag)
Hoogteverschil: minimaal 1.000 meter
Duur: 6 tot 9 uur
Terrein: Ruwe paden, rotsen en mogelijk onbeschutte gedeelten.
Vereisten: Een optimale fysieke conditie en eerdere ervaring in bergachtige omgevingen zijn essentieel. Hoewel technische klimuitrusting niet altijd vereist is, is kennis van de veiligheidsvoorschriften in de bergen wel noodzakelijk.